Wie op zoek gaat naar het gastronomische product dat de langste weg aflegde, komt terecht bij het nomadische kopje thee. Van mysterieuze legendes en eeuwenoude rituelen tot luxeproduct, we praten je bij over de geschiedkundige roots van het dampende drankje aan de hand van ’s werelds mooiste plekken.

De mythe van de ‘goddelijke boer’, China, 2737 v.C.

De geschiedenis van thee reikt verder dan je op het eerste gezicht zou denken. We nemen je mee naar het Chinese platteland, waar het drankje volgens een legende vijfduizend jaar geleden werd uitgevonden. Shennong, een figuur uit de Chinese mythologie, merkte volgens het verhaal een aangename geur op toen er bladeren van een theestruik in een pan met heet water dwarrelden. Puur toevallig bracht de ‘goddelijke boer’ het Chinese volk een nieuwe traditie bij.

De legende van de mediterende Bodhidharma, China, 460 n.C.

Thee zou niet zo’n boeiende uitvinding zijn als er maar een legende bestond om het bestaan van het drankje te verklaren. Dat brengt ons bij de grondlegger van het zenboeddhisme, Bodhidharma. Op een dag besloot hij van India naar China te reizen, waar hij negen maanden lang ging mediteren. Nog sterker: hij wou gedurende die periode niet slapen. Toen dat wel gebeurde, besloot de man zijn oogleden af te snijden. De stukjes huid vielen op de grond en vormden volgens de legende theezaden. Dat thee een opwekkende werking heeft, is voor die mythe een gelukkig toeval.

Eeuwenoude theeceremonies, Japan

Niet alleen bestaan er intrigerende verhalen over het ontstaan van de theecultuur, maar doorheen de jaren kreeg het drinken ervan ook een kunstzinnige invulling. In Japan werd de traditionele theeceremonie een basiskunde voor het belijden van het boeddhisme. De chaji is een vier uur durende ceremonie die de geest bevrijdt van zorgen en donkere gedachten. De enige die dit ritueel mag uitvoeren, is een daarvoor geboren theemeester. Een stukje cultureel erfgoed dat je tijdens een bezoek aan het Japanse platteland moet beleven om de cultuur echt te begrijpen.

Tegelthee, Tibet

Er ontstonden wereldwijd talloze theeculturen, maar de opvallendste is de Tibetaanse. Hoewel Tibet als onderdeel van China sterk beïnvloed is door de Chinese theegewoontes, worden hier geen losse theebladen gebruikt, maar theetegels. In harde blokken wordt theepoeder samengeperst, waarna ze in afgebroken stukjes met water, zout en boter worden vermengd. Een drankje ontstaan op maat van de arme bevolking, omdat het zo voedend en calorierijk is.

16de-eeuwse reisverhalen, Venetië, 1559

De vroegste sporen van thee in Europa vinden we terug in de literatuur. In het jaar 1559 verscheen in Venetië een bundel van reisverhalen van de hand van de Italiaanse geograaf Giambattista Ramusio. Hij schreef over een Perzische koopman met de naam Hajji Mohammed, die tijdens zijn bezoek aan China de drank ‘Chiai Catai’ ontdekte. De drank die bereid werd door bladeren te koken, werd beschreven door verschillende Portugese en Italiaanse geestelijken die als missionarissen door China en Japan trokken.

Thee met een handleiding, Marokko

In de Marokkaanse traditie is thee, net zoals in Japan en China, een betekenisvol ritueel. Het staat tot op vandaag symbool voor gastvrijheid. Muntthee of ‘Atay Benaanaa’ is dan ook de nationale Marokkaanse drank. De Chinese groene thee wordt verrijkt met suiker en verse munt, waarna er kokend water op wordt geschonken. De thee wordt volgens de Marokkaanse cultuur van zo groot mogelijke hoogte ingeschonken in kleine theeglaasjes: hoe hoger, hoe gastvrijer.

Een welriekend curiosum, Nederland, 1610

Eerder dan in België werden grote hoeveelheden thee richting Nederland verscheept. Wat in 1610 nog als curiosum bekeken werd, raakte tijdens de vroege achttiende eeuw al sterk ingeburgerd in de Nederlandse cultuur. De thee kwam uit Batavia, de toenmalige hoofdstad van Nederlands-Indië die vandaag Jakarta heet. Met het gelijknamige historische cargoschip werden de theebladeren richting Europa gevoerd. Niet veel later legden de Nederlanders theeplantages aan op zowel Java als Sumatra, en werd de drank gezien als luxeproduct voor de rijken.

High tea, Groot-Brittannië, 1840

In de vroege negentiende eeuw was het de gewoonte slechts twee maaltijden per dag te nuttigen. Vroeg in de ochtend was er het ontbijt, laat op de avond het diner. Om die tijd te overbruggen, besloot Dutchess Anna haar vriendinnen uit te nodigen in haar zomerverblijf in Woburn Abbey. ’s Middags liet ze haar personeel de toen nog exclusieve thee samen met zoet gebak serveren. Haar ‘afternoon tea’ was zo’n succes dat ze besloot de trend verder te zetten na haar terugkeer in Londen. Annas initiatief mondde uit tot een succes van formaat binnen de Britse elite en werd niet veel later een stukje Brits cultureel erfgoed.