Reportage

Een uitnodiging om via wat Top Gear ‘the greatest driving road in the world’ noemt, Dracula op te zoeken en dat in een Mazda MX-5, de auto die in 2000 het Guinness World Record van ‘Bestselling two-seater sports car’ vestigde? De beschikbare vliegtuigzitjes waren bijzonder snel ingenomen …

Onbekende bestemming

Het geroezemoes en de drukke gesprekken op de luchthaven reflecteren het enthousiasme onder de genodigden. Roemenië is een land dat weinigen reeds hebben bezocht. Afgezien daarvan is het vooruitzicht om de meest fantastische rijroute ter wereld te kunnen ontdekken in de geüpdatete vierde generatie van de Mazda MX-5 natuurlijk spannend voor elke autoliefhebber. Met de Route 66 (van Chicago tot Los Angeles), de Pacific Highway, de Splügenpas en vele andere routes op ons palmares zijn ook wij benieuwd.

 

Zicht over de Karpaten

Na een twee uur durende vlucht met Austrian Airlines vanuit Brussel komen we aan in Wenen, waar we in een klein Bombardier-propellervliegtuig stappen dat ons in rechtstreeks naar Sibiu, een klein stadje in Transsylvanië, ongeveer 215 kilometer ten noordwesten van Boekarest vliegt. Vanuit het vliegtuig genieten we van een fantastisch vergezicht over de Karpaten die een beschermende halve cirkel vormen rond – onder meer – Transsylvanië.

Tijdens de twintig minuten durende rit naar het Hilton ontdekken we dat de buitenwijken van Sibiu allesbehalve gezellig zijn met veel moderne winkelcentra, grote autodealers en spuuglelijke appartementsgebouwen. Sommige buurten en zeker het oude centrum zijn dan weer bijzonder charmant; de prachtige orthodoxe kerken en felgekleurde huizen zijn afgedekt met daken die doen denken aan het peperkoekenhuis uit Hans en Grietje.

 

Roemeense keuken

Het Hilton-hotel in Sibiu is een beetje gedateerd, ingericht in Roemeense stijl en vanuit de kamers ontbreekt het aan mooie uitzichten, maar het is zonder twijfel een van de beste hotels in de omgeving. Nadat we zijn ingecheckt en de kamer hebben gemonsterd, zakken we af naar de Engelse bar. Wij bestellen een rundsburger terwijl andere groepsgenoten de mozzarellasticks, Caesarsalade en club sandwich proberen. Achteraf gezien raden we enkel de kippenbilletjes aan. Die smaken zo hemels dat enkelen ze de dag nadien opnieuw bestellen.

Na een tijdje toeven in de spa van het hotel ontmoeten we elkaar voor het diner in Camara Boierului, het Roemeense restaurant van het hotel. Hier krijgen we typische, Roemeense gerechten voorgeschoteld. Plateaus met worstjes, vleeswaren en kaas, frisse salades, augurken, … als voorgerecht, en warm vlees en worstjes (kip en kalfsvlees), polenta, rijst en gegrilde groenten als hoofdgerecht. De dessertkeuze is zeer gevarieerd: appelstrudel, met room gevulde dumplings, gebak gevuld met pruimen, …

We zijn fan van heel wat exotische keukens, maar ontdekken dat we afgezien van de desserts niet echt de zware keuken van Roemenië kunnen appreciëren. Het lijkt wel of het communisme hier nog steeds op de loer ligt. Het positieve aan de formule met diverse gerechten op tafel is dan weer dat je altijd wel iets kunt uitfilteren wat je wel graag lust.

 

We gaan rijden!

Vandaag is dé grote dag van ons tweedaags Transfagarasan-avontuur. We besluiten het hotel vrij vroeg te verlaten om zo voldoende tijd te hebben om alle gewenste foto’s te kunnen nemen en op tijd terug te zijn voor het avondeten. Het is 07u45 wanneer we het hotel verlaten in een prachtige geüpdatete 2.0-liter Mazda MX-5 RF. De boordcomputer geeft slechts 16 graden Celsius aan, maar we besluiten toch het dak al te openen. Heerlijk! Zelfs bij hogere snelheden van 120 km/u of meer ervaren we slechts weinig wind in de cabine, precies zoals een cabrio hoort te zijn.

 

Het roadbook leidt ons via enkele straten het stadscentrum uit recht de snelweg op. We passeren veel Franse winkelketens en supermarkten die ons doen reflecteren over de Roemeense taal. Doordat we ‘s ochtends bij het ontbijt toch min of meer de krantenkoppen konden begrijpen, besluiten we dat als je enkele Europese talen zoals Frans of Spaans spreekt, je de basisbegrippen van de Roemeense taal kunt begrijpen. Dat willen we uitproberen. ‘De Vânzare’ lezen we regelmatig op een uithangbord op een huis. Ah, ‘Te koop’, begrijpen we en naarmate de weg vordert, wordt ons Roemeens beter en beter …

 

Op twintig minuten rijden van het hotel wordt het verkeer eensklaps heel druk, vlakbij een grote rotonde. We bevinden ons hier duidelijk op een van de hoofdassen. Maar de organisatie is ons goedgezind want net op dit punt waar het verkeer onaangenaam begint te worden, mogen wij linksaf de rust van de mistige bergen in.

 

De mist in

We hadden gehoopt op wat mist om sfeervolle foto’s te kunnen maken, maar op sommige momenten zien we nauwelijks een hand voor ogen. We vragen ons af of we toch niet wat later hadden moeten vertrekken want hoe hoger we komen, hoe minder we zien en na een half uur rijden zien we niets anders dan wat witte muren lijken. We kunnen alleen raden hoe het landschap aan onze linker- en rechterkant er echt uitziet. Wetende dat we later die dag dezelfde route terug zullen nemen, stelt ons gerust. We zullen later meer te weten komen over het landschap!

Een land en zijn inwoners leer je pas echt kennen door middel van interactie met de lokale bevolking. Maar veel van de dorpjes lijken overdag leeg te zijn. De vrouwen zijn ongetwijfeld in de keuken aan het werk, terwijl manlief zich op het veld hoedt over gewassen en dieren. Bij Des. Porumbacu de Jos Jud. Sibiu zitten wel heel wat families buiten. We maken rechtsomkeer en rijden de woonwijk in. Communiceren is moeilijk, maar met een woordje Frans, Duits en wat gebarentaal komen we een heel eind.

 

Comfortabel in de cabrio

Volgens de weersvoorspelling zou het kwik in Sibiu vandaag tot 25 graden stijgen. Maar dat is ongetwijfeld voorbehouden voor de stad, want hoe meer wij de bergtophoogte van 2.050 meter naderen, hoe kouder het wordt. Wanneer we voor een koffiestop bij Cabana Paltinu arriveren (79 km na ons vertrek), geeft de digitale display in de MX-5 RF slechts 8 graden aan. Het lijkt wel of het vriest wanneer we uit de wagen stappen. Verrassend omdat we tot nu toe open hebben gereden en dat de hele tijd comfortabel aanvoelde. Gelukkig is het slechts een korte wandeling naar de hut voor de koffiestop en hoewel het koud is, nemen we de tijd om de lokale kraampjes met souvenirs en versnaperingen te bekijken.

Licht aan het einde van de tunnel

We praten met de manager van het koffiehuis over het mistige weer. “Dat is normaal”, antwoordt ze. “Maar eens je door de volgende tunnel gaat, hier wat verderop, zal je totaal ander weer vinden. Wacht niet te lang om verder te rijden want nu schijnt de zon aan de andere kant van de tunnel, maar eens die weer naar deze kant van de berg draait, zal het aan de andere kant koud en mistig worden.” Toch goed om regelmatig een babbeltje te slaan met de lokale bevolking en jezelf te informeren.

De weersomstandigheden lijken hier voortdurend te wijzigen naargelang de dag en je route vordert. Een volledige reis in mistig weer zonder uitzicht op de mooie landschappen zou wel een grote tegenvaller zijn. Hoewel de Transfagarasan-weg in de jaren ‘70 werd aangelegd, zijn de wegomstandigheden tot nu toe verrassend goed. We vragen ons af hoe ze er aan de andere kant van de tunnel aan toe zullen zijn.

 

It’s magic!

Het lijkt wel magie. Urenlang reden we in mistig weer aan de ene kant van de berg nauwelijks in staat om iets anders te zien dan een witte misttunnel. Dan rijden we door de Balea-tunnel en het is alsof we evolueren van de ene klimaatzone naar de andere. Van koud mistig weer naar een zonnig warm klimaat met heldere vergezichten. Onnodig te zeggen dat we ons plots weer in de echte wereld voelen. Het landschap is simpelweg adembenemend. Diepgroene heuvels, glasheldere riviertje, klaterende watervallen, … veel (wilde?) honden en enkele fotogenieke en nieuwsgierige ezels.

Naarmate de minuten verstrijken, merken we dat de temperatuur naar 21 graden stijgt. We genieten van het warmere weer, de geur van het gras en de bomen, van de natuur in het algemeen – een ander voordeel van cabriorijden – en natuurlijk van dat onvergetelijke uitzicht waar we de afgelopen dagen zo naar hebben uitgekeken.

 

Kronkelende slang

Het panorama vanaf de top van de heuvel over de Transfagarasan-weg die als een listige slang door het landschap slingert, ziet eruit als een perfect landschapsschilderij van Vincent van Gogh. De Splügenpas kan indrukwekkend zijn met zijn repetitieve patroon van vergelijkbare haarspeldbochten, maar deze Transfagarasan-weg door de Karpaten aan de voet van de Transylvaanse Alpen vertoont veel meer variatie in zijn rondingen. Ons hart gaat sneller slaan omdat we weten dat we binnen enkele minuten dat deel van de weg zullen veroveren.

Het is de onregelmatigheid in het patroon van bochten die de Transfagarasan-route leuker en uitdagender maakt dan vele andere bergroutes. Deze weg is gewoon het beste circuit ter wereld! Zalig om dit met een sportieve en behendige roadster als de Mazda MX-5 RF te kunnen rijden.

Vanuit Valea Cu Pesti, waar we lunchen, rijden we ongeveer tien minuten weer naar beneden naar de Ceti-dam bij het Vidraru-meer. Stop hier zeker om een wandeling te maken over de dam en ook de trappen te beklimmen naar het uitzichtpunt. Geniet van het vergezicht, maar kijk zeker ook eens over de leuning van de brug naar de dam zelf en naar de vogels die er kunstige luchtballetten uitvoeren.

 

Het ‘echte’ kasteel van Vlad

Van hieruit rijden we verder naar de Cetatea Poenari-ruïne. Je leest het goed: ‘ruïne’. Er blijft helaas niet veel meer over van het fort dat omwille van zijn connectie met Vlad de Spietser ook wel het ‘echte’ Dracula-kasteel wordt genoemd. Door de eeuwen heen werd het diverse keren verwoest. Wat rest is een vervallen geraamte, maar het is zeker een bezoekje waard.

Claims dat het Poenari-kasteel het ‘echte’ kasteel van Dracula zou zijn, zoals beschreven in Bram Stokers beroemde roman ‘Dracula’, vinden evenwel geen basis in het boek van Stoker. Het Poenari-kasteel ligt ook op goed 200 km van de plaats in de noordoostelijke hoek van Transsylvanië waar de roman zich afspeelt. Wel zeker is dat het Poenari-kasteel begin 13de eeuw werd gebouwd door Walachianen en in de 14de eeuw de belangrijkste citadel was voor heerser Basarab. In de komende decennia veranderden de naam en bewoners een paar keer, maar uiteindelijk werd het kasteel achtergelaten en verviel het tot een ruïne.

 

Pittige beklimming

In de loop van de 15e eeuw erkende Vlad III de Spietser het potentieel van het kasteel hoog op de steile rotswand. Hij herstelde en verstevigde de structuur, waardoor het een van zijn belangrijkste forten werd. De grootte en locatie van het kasteel maakten het moeilijk te veroveren. Hoewel het kasteel nog vele jaren na de dood van Vlad in 1476 dienst deed, werd het uiteindelijk in de eerste helft van de 16de eeuw weer verlaten en lag het in puin tegen de 17de eeuw. In 1888 lag een aardbeving aan de basis van het verval van het kasteel. Grote delen vielen naar beneden en belandden in de rivier. Dankzij wat reparaties kun je vandaag de muren en torens bezoeken, maar vergewis er je van dat je 1.480 betonnen trappen moet beklimmen om in de buurt van de ruïne te komen. En van Dracula ontbreekt elk spoor.

 

Nog enkele tips

We geven je graag nog enkele tips mee voor als je zelf met de wagen een bezoekje wilt brengen aan het kasteel van Dracula:

– Let op de snelheidslimieten omdat te snel rijden in Roemenië niet door de politie getolereerd wordt.

– Respecteer ook de wegcode zoals de ononderbroken witte lijn. Een van onze collega’s deed dat niet bij een inhaalmanoeuvre en mocht zijn rijbewijs in Roemenië achterlaten.

– Let ook op het feit dat er zich veel onverwachte situaties kunnen voordoen: honden, herten of een kudde schapen die de weg oversteekt, een traag rijdende tractor na een bocht, vallende rotsblokken of stenen, spelende kinderen, … Of misschien wel een wolf of beer.

– Houd er ook rekening mee dat hoe korter je het kasteel van Dracula nadert, hoe slechter de wegcondities worden. Zo slecht dat we regelmatig moeten vertragen om rond de grote gaten in het asfalt te rijden. Het is een stuk route dat je best bij klaarlichte dag aflegt.

– Het Poenari-kasteel is niet zomaar vrij toegankelijk. Tegen betaling van een toegangsticket (5 lei) kun je twee keer per dag om 10u en 15u, onder begeleiding van een gids, de 1.480 betonnen trappen bestijgen. Mensen zonder goede fysieke conditie onthouden zich best.

Tekst: Anja Van Der Borght – Foto’s: Anja Van Der Borght en Jeffrey Vandervaart