Tips

Rijdend rijk worden is enkel weggelegd voor de betere racepiloten, maar besparen op het brandstofverbruik ligt binnen de mogelijkheden van elke chauffeur. Daarom deze vijf tips om vijftig euro te besparen met je rechtervoet. Twee concerttickets voor een kleine moeite? Mooi meegenomen, niet?

1. Sprinten is voor wielrenners

Alle begrip voor wie wil testen hoe pittig zijn nieuwe wagen naar de maximum toegelaten snelheid optrekt. Op voorwaarde dat je dit op een veilige, verantwoorde manier doet natuurlijk en vooral: dat je er achteraf geen gewoonte van maakt. Dit soort sprintjes zwelgt brandstof en levert niet zozeer tijdswinst op, als wel terecht meelijwekkende blikken van andere, volwassen weggebruikers. Soepel rijden en zoveel mogelijk gebruikmaken van je momentum, dat is de echte kunst, en je haalt er gevoelig meer kilometers mee uit dezelfde brandstoftank.

2. Denk toeren per minuut, niet kilometer per uur

Je toerental per minuut – op de meeste dashboards weergegeven in rpm – bepaalt hoe hard de motor moet werken en hoeveel brandstof die daarbij verbruikt. Tijdig naar een hogere versnelling schakelen minimaliseert dat toerental. Heel wat chauffeurs zullen er hun ‘gevoel’ voor opzij moeten zetten, maar schrik er niet voor terug om al bij 50 km/u naar de vierde versnelling te schakelen. Bij 65 km/u mag je zelfs al naar vijfde. Zakt je toerental onder de 1.500 rmp, dan rijd je in een te hoge versnelling. Weet ook dat je na een korte acceleratie aan een hoog toerental, zonder meer een versnelling mag overslaan. Bijvoorbeeld wanneer je uit een parkeergarage of een invoegstrook sneller verkeer inritst.

3. Help je automaat

Wie met een automaat rijdt, heeft minder rechtstreeks controle over dat toerental. Automaatrijders horen wanneer hun wagen omhoog schakelt en zien dan op hun dashboard de toerenteller zakken. Veel automaten blijven echter langer in lagere versnellingen dan strikt nodig of efficiënt voor je brandstofverbruik. Ook wanneer de eventuele Sport-optie niet geactiveerd is. Met wat oefening kun je de versnellingsbak sneller laten schakelen door je voet rond 50 km/u even van het gaspedaal te halen. Eenmaal in de hoogste versnelling druk je dat gaspedaal dan weer liever heel geleidelijk aan in.

4. Houd je voet van de rem

Dit klinkt vanzelfsprekend, maar toch. Het aantal chauffeurs dat de voet regelmatig even lichtjes op het rempedaal laat rusten en er daarbij verkeerdelijk van uitgaat die rem zo niet echt in te duwen, is niet te tellen. Zelfs een minieme druk op dat pedaal zet een letterlijke en in de meeste gevallen nodeloze rem op motor en versnellingsbak. Gevolg: een snellere slijtage van je remmen en een brandstofverbruik waar je niets voor terugkrijgt.

5. Start-stop-start

Tenzij je wagen over zo’n automatisch stop-startsysteem beschikt, zet je die bij een stop meteen in neutraal. Deze regel geldt vooral voor automaatrijders die wachtend voor een rood licht vooral op hun rempedaal beroep doen. Weet ook dat een minuut stilstaan meer brandstof verbruikt dan je motor stilleggen en weer starten. Houd daar rekening mee de volgende keer als je voor die spoorslagboom staat of op junior wacht die ‘snel even’ binnen dat vergeten schoolboek gaat halen. Moet je even halt houden op een helling? Vertrouw dan op je rem, in plaats van met dat brandstof zwelgende evenwicht tussen gas- en koppelingspedaal te flirten.