Techno is het nieuwste Belgische exportproduct in elektronische muziek. Waar is dit genre ontstaan en waarom loopt de halve wereld ineens zo wild voor onze dj’s die zich ermee bezighouden?

Zeggen ‘Universal Nation’, ‘Moskow Diskow’ en ‘Flesh’ je iets? Het zijn titels van oerbekende elektronische tracks, en al wie de afgelopen drie decennia ooit eens een voet in een danceclub heeft gezet, heeft ze alledrie minstens al eens een keer gehoord. Ze zijn ook van Belgische makelij, want Belgen hebben altijd al een pioniersol gespeeld in de ontwikkeling van elektronische muziek.

De in dit artikel geciteerde DJ Argy is Brand Ambassador van CUPRA, een submerk van het Spaanse SEAT dat staat voor uniciteit, raffinement en performantie. Zoals de CUPRA Ateca, het eerste model van het nieuwe merk: een SUV die topsnelheden van 245 kilometer per uur haalt en in een luttele 5,4 seconden van 0 tot 100 kilometer per uur gaat.

Kijk ook eens naar het mediasysteem: met het Upgrade Sound-pakket in de CUPRA heb je tien luidsprekers, inclusief een centraal-speaker en een subwoofer die in de kofferbak worden geplaatst.

Eind jaren ‘70 gaf Telex, een groep van Marc Moulin, Dan Lacksman en Michel Moers, al een eerste voorzetje daarin door de synthpop uit hun tijd te verrijken met invloeden uit punk en disco. In 1987 ontstond in Antwerpse nachtclubs vervolgens de new beat, waarin een paar eerder ondergrondse invloeden werden samengeperst tot een nieuwe rage, die snel de wereld rondging en een jaar of twee later eventjes ook tot op Belgische Chiro-fuiven te horen was.

Nieuw exportproduct

Elektronische muziek, in veel verschillende facetten, is al meerdere keren in de recente geschiedenis van de populaire muziek een Belgisch exportproduct geweest: kijk ook naar de ravemuziek uit de vroege jaren ‘90, dancelabel Bonzai en het zeer brede mainstreamsucces dat Belgische deejays als Dimitri Vegas & Like Mike vandaag genieten.

Een volgende stap in dat succesverhaal komt opnieuw van iets dieper, meer underground. Techno, een elektronisch muziekgenre dat eveneens in de late eighties al ontstond in nachtclubs in Detroit, maar doorheen de decennia een paar keer een stevige metamorfose heeft ondergaan, is in opmars over heel Europa. En Belgische deejays zijn er – opnieuw – een belangrijke kracht in. We hebben technoqueens Charlotte De Witte en Amélie Lens, die volle zalen trekken van Sydney over Beiroet tot Buenos Aires. Maar ook deejays en collectieven als Farrago, Joyhauser, Cellini, SPX, Kr!z en Peter Van Hoesen zijn stevig in opmars.

Little Detroit

“Techno is altijd al een Belgisch exportproduct geweest, maar dat gaat in golfbewegingen”, zegt Geert Sermon, eigenaar van de Brusselse platenwinkel Doctor Vinyl, producer en connaisseur van elektronische muziek. “Momenteel heeft iedereen het weer over Belgische techno, maar het grote verschil dat Belgische dj’s en producers maken met hun collega’s uit de rest van de wereld is een gevoel dat Belgische elektronische muziek altijd al in het medium heeft geïnjecteerd, ook in de tijd van de new beat, ambient house en ravemuziek. Die Belgische sound wordt gedreven door een soort meedogenloosheid, een gevoel van schaamteloos doorgaan. België werd al snel bekend als het land waar de dancetempels geen sluitingsuur hebben, en die reputatie leeft ook door in de muziek die er hier wordt gemaakt. Bovendien is er het feit dat ook de grote buitenlandse techno-dj’s, ook toen het genre hier minder bekend was, hier in België altijd een grote afzetmarkt vonden. België was altijd al Little Detroit. Er zijn bovendien een paar bekende Belgische technolabels, zoals Token, die doorheen de jaren internationale faam hebben gekregen. De wereldwijde invloed van Belgische techno is gewoon heel groot.”

Virtueel parcours

De tijd van de dancetempels is natuurlijk voorbij, maar techno is een muziekgenre dat meer en meer opduikt op festivals en in nachtclubs die zich op dit soort muzikale stijl zijn gaan toeleggen. Zoals Fuse in Brussel – een club die inmiddels de status van monument heeft bereikt in het genre – maar ook nieuwere plaatsen als Club Vaag en Ampère in Antwerpen, Kompass Klub in Gent of Club Labyrinth in Hasselt.

Het publiek voor techno zoekt iets ‘zwaardere’ tonen op. De muziekstijl kenmerkt zich bijvoorbeeld door stevige monotone beats op de achtergrond en subtiele computergeluiden. Er wordt zeer weinig in gezongen, en wanneer er een stem te horen is, klinkt die als een soort buitenaards gebrabbel. Behaaglijke repetitie voert de boventoon. “Andere elektronische muziek treft snel een veel breder publiek omdat ze met melodieën werkt, en met een soort shocktherapie van drops: ineens gooit de deejay alles stil en zet hij het met een verrassend geluid weer open”, zegt Sermon. “Techno werkt anders: er zit meer dynamiek in. Het sleept je mee, het brengt je in een soort virtueel parcours waarin er tegelijk dingen gebeuren in je kop en in je lijf. Het induceert een trance.”

In voor alles

Die meeslependheid geldt ook voor de dj’s die de platen draaien en de producers die ze maken. Vaak is dat natuurlijk een en dezelfde persoon: de wereld van de elektronische muziek is er tout court een van kruisbestuiving, van mensen die zelf platen maken, elkaars nummers draaien en invloeden bij elkaar opzoeken. Op die manier brengen ze een gevoel bij zichzelf teweeg dat ze overbrengen naar hun publiek. “Ik kom in een heel speciale mindset wanneer ik live speel: ik verlies de tijd en ruimte uit het oog”, zegt DJ Argy, een Berlijnse dj van Griekse komaf die de afgelopen jaren meer en meer aan het evolueren is van zachtere house naar techno. “Ongeveer hetzelfde gebeurt wanneer ik in mijn studio een nieuw nummer maak. Dat is geen gave die alleen creatieve mensen hebben, het gebeurt bij iedereen wanneer het heden alles overneemt. Maar de hele magie zit achter de kunst om een publiek tot op een punt te brengen waar het compleet openstaat voor wat je draait. Anders waren deejays allang vervangen door playlists die op shuffle staan. Er is geen magische knop die meteen dat gevoel naar boven brengt, maar wanneer het gebeurt, is het zo diep dat ik het bijna kan aanraken.”

Jong én oud

Kom een hedendaagse dancetempel binnen en je merkt ook dat het publiek dat er rondloopt niet meer uitsluitend uit jonkies bestaat: techno spreekt ook een publiek aan dat iets grijzer aan de slapen is of meer rimpeltjes heeft. “Je loopt niet onmiddellijk gek voor techno”, zegt Sermon. “Het is een acquired taste, net als goeie wijn. Het is een elektronisch muziekgenre dat voor een evolutie staat, voor mensen die vooruit willen. Een genre waar een rauwe energie achter zit. Ook dat hangt samen met die relentlessness die altijd al Belgische elektronische muziek heeft getypeerd.”

Zeggen dus ‘Paralyzed’, ‘Minerva’ of ‘Heart of Mine’ je iets? Wellicht niet, maar het zijn moderne, Belgische technotracks die op menig festival al hebben weerklonken, en ook soms al op de radio te horen zijn. Maar ze zetten vooral een Belgisch succesverhaal verder dat al meerdere decennia speelt.