Straffe verhalen

Automobielen die kunnen dienstdoen als een rijdend bureau of een mobiele hotelkamer, zonder dat de automobilist nog zelf moet sturen, komen dichterbij dan je denkt. Autofabrikanten als BMW en technologiebedrijven als Intel gaven onlangs nog een boost aan het concept van autonomous driving.

Als het van Peter Soutter afhangt, wordt je toekomstige wagen een rijdende hotelkamer. “Of een rijdend bureau: om het even wat je wilt doen op je weg van thuis naar het werk of terug, zal je erin kunnen doen. De automobiel is aan een compleet herdesign toe.” De voormalige Ierse scenarioschrijver en aankoper bij een audiovisueel bedrijf wist dat acht jaar geleden al, en startte samen met een stel technologisch behepte vrienden het in de hoofdstad Dublin gevestigde Software In Motion, dat software- en systeemoplossingen bouwt voor de toekomst van mobiliteit. Soutter, en zijn bedrijf, staan niet alleen in hun voorspelling van een radicaal veranderende wagen: het is een toekomst waarvoor automobielfabrikanten als BMW al jarenlang scenario’s in de kast hebben liggen.

“Bedrijven die actief zijn in autonoom rijden, luiden een fundamentele verandering in de functie van wagens in, en de manier waarop we ze zullen gebruiken”, zei Klaus Fröhlich, directeur ontwikkeling bij de Duitse autoconstructeur, daar onlangs over. “Wat we daar zelf goed in kunnen, is het inbouwen van bewegingsbesturing en het design van het voertuig. Voor alle andere dingen hebben we partnerschappen aangegaan met de beste bedrijven in hun veld, zoals Intel en Mobileye.”

Lange weg

Omdat autoconstructeurs als BMW en technologiebedrijven als Intel er samen mee bezig zijn, is het ook een toekomst die niet zo heel ver meer van ons verwijderd is. Decennialange ontwikkelingen in artificiële intelligentie en sensortechnologie in wagens zullen de komende jaren bijeenkomen op de weg. Die beweging zette zich in de jaren 90 van de vorige eeuw in gang, toen constructeurs hun wagens in toenemende gingen uitrusten met interne sensors. Ze genereren miljoenen data en delen die via de ‘On Board Diagnostics’-standaard met de autoconstructeur. Rond 2010 kwam daar een tweede element bij dat de lange weg naar de autonome wagen in gang zette: de eerste ‘connected cars’ werden voorgesteld op technologieconferenties als de jaarlijkse Consumer Electronics Show (CES) in Las Vegas. Toekomstige wagens zullen – via allerhande communicatietechnologieën, zoals mobiel internet via een ingebouwde simkaart – gewoon op het internet zitten.

Zelfdenkende wagen

Tegelijkertijd begon artificiële intelligentie (AI) aan zijn opmars, met slimme assistenten als Siri en Google Assistant, en zelflerende systemen als Amazon Alexa en Google Home. Die beginnen stilaan te worden ingebouwd in boordsystemen van wagens die de komende twee jaar van de band rollen. Bij die groeiende artificiële intelligentie komt ook het feit dat wagens nog meer ‘voelsprieten’ zullen krijgen. En dat ze, via ‘Vehicle-to-Infrastructure’-technologie, draadloos met elkaar én met slimme weginfrastructuur in verbinding zullen staan. Ten eerste om de veiligheid van het verkeer te vergroten: in een toekomst waarvan technologiereuzen als IBM en Intel autofabrikanten helpen dromen, zullen wagens vanaf het moment dat ze hun garage hebben verlaten, deel uitmaken van een netwerk. Daarbinnen sturen ze eenvoudige berichten naar elkaar over hun snelheid en positie, die de industrie Basic Safety Messages (BSM) noemt. In essentie zeggen wagens via die berichten constant ‘alles is ok’ tegen elkaar. Tot het niét ok is.

Weg met de koets

Die constante connectiviteit zal er ook voor zorgen dat het volledige verkeer op de baan zal kunnen worden geregeld door AI in de wagen én een centraal systeem daarbuiten. Wat betekent dat voor de bestuurder? Vooral dat hij op een andere manier in zijn wagen zal zitten. De hele indeling van een automobiel, die in essentie nog steeds die van de honderden jaren oudere paardenkoets is, kan de komende decennia helemaal opnieuw worden uitgedacht. Eerste concepten van wagens zonder die ‘koetslayout’ worden al uitgetekend bij de constructeurs. Ze tonen onder meer wagens met vier stoelen in een tête à tête-opstelling, zoals in een treincoupé. Het stuur? Dat zal binnen een jaar of twintig à dertig tot de verleden tijd behoren, zeggen experts. De wagen van de nabije toekomst wordt meer en meer een (zelf)rijdende computer, die communiceert met zijn gebruiker en eerder een hulpje wordt in diens mobiliteit. “De trend naar e-mobiliteit is onomkeerbaar”, zegt Fröhlich.

Minder omhanden

Een niet onbelangrijk effect van een de autonoom rijdende wagen wordt het feit dat we meer vrije tijd zullen hebben. Een gemiddelde automobilist die zijn wagen gebruikt om naar het werk te rijden, spendeert honderden uren per jaar achter het stuur. Die wint hij vanaf het moment dat hij voor zijn dagelijkse ritten in een zelfrijdende wagen stapt. “Nu zelfrijdende wagens een realiteit worden, moeten we de wagen leren bekijken als een nieuwe consumentenruimte”, zei Intel-ceo Brian Krzanich onlangs. “We zijn nog bezig om te ontdekken hoe toekomstige wagens aan de binnenkant zullen worden ontworpen, en hoe passagiers hun tijd zullen doorbrengen terwijl ze aan het rijden zijn, zonder dat ze hun wagen besturen.”

Speciaal entertainment

Wat gaan we dus in de toekomst doen terwijl we ons laten rijden door onze autonome wagen? Een paar dingen die we nu al op het openbaar vervoer doen, kunnen natuurlijk gewoon worden doorgetrokken naar die nieuwe constellatie. Werken op de laptop, Netflix and chill: het valt allemaal niet zo moeilijk te bedenken. Maar er zijn ook nog een paar onvermoede mogelijkheden. Intel is momenteel bijvoorbeeld, samen met entertainmentreus Warner Bros., aan het bekijken hoe de binnenkant van de ramen in een toekomstige wagen kunnen worden gebruikt voor virtual reality- en augmented reality-toepassingen: het is niet dat je ze zult nodig hebben om uit je doppen te kijken terwijl je rijdt. “Een Batman-fan kan de ervaring worden gepresenteerd dat hij met de Batmobile door Gotham City rijdt”, zegt Krzanich.

Car sharing

Maar de autonome wagen, die niet langer de functie van een koets heeft, kan tot nog gekkere ideeën leiden. Het idee dat bestuurders niet noodzakelijk een wagen in eigendom meer hoeven te hebben, om er maar één te noemen. Car sharing-diensten, zoals DriveNow, zijn nu al aan het opkomen: de bestuurder ontsluit de dichtstbijzijnde klaarstaande wagen met zijn smartphone, en rijdt ermee naar zijn bestemming terwijl de huurprijs per minuut wordt berekend. Daar laat hij hem gewoon achter voor de volgende kortetermijnhuurder.

Dat constructeurs ook niet blind zijn voor die toekomst van autodelen bleek enkele maanden geleden nog uit BMW’s volledige overname van DriveNow, een dienst die het in 2011 oprichtte samen met het Duitse bedrijf Sixt SE. De Duitse autofabrikant heeft nu de belangrijkste car sharing-leverancier in Europa in eigen handen, met al meer dan een miljoen gebruikers in dertien Europese steden zoals Brussel. De volledige vloot van DriveNow bestaat momenteel uit meer dan zesduizend BMW- en MINI-voertuigen, en iedere locatie heeft ondertussen ook een aantal elektrische BMW i3’s klaarstaan.

Wilde ideeën

Wanneer dat concept wordt doorgetrokken en uitgebreid in een verdere toekomst, kan dat een revolutie betekenen in de manier waarop we met onze persoonlijke mobiliteit omgaan. We zouden, zegt Peter Soutter van Software In Motion, ’s morgens op weg naar het werk een rijdend bureau kunnen huren, en ’s avonds op weg naar huis een rijdende woonkamer. “Of een sportwagen voor een romantisch uitje in het weekend. Misschien wil je hem dan wel zelf besturen, omdat je het plezierig vindt om dat te doen. En geen andere dingen aan je hoofd hebt die je eigenlijk liever zou willen doen dan een wagen besturen.”