Straffe verhalen

Een voormalige volkswijk in Barcelona werd omgebouwd tot een ‘stadslabo’ waar innovatieve start-ups en lokale universiteiten zich hebben gevestigd. Op een steenworp daarvan is er het SEAT Metropolis Lab, waar de autoconstructeur technologie bouwt die stedelijke mobiliteitsvraagstukken oplost. Het zijn twee plaatsen waar allereerste smart city-toepassingen worden neergezet, die later kunnen worden uitgerold over de hele stad.

Ooit al eens een opblaasbaar gebouw gezien? Indien niet, neem dan eens een kijkje in het Edificio Media-TIC in Barcelona, een omgebouwd industrieel pand dat vandaag technologiebedrijven en kunstenaarscollectieven huisvest. Twee van de vier buitenwanden van het gebouw zijn voorzien van een bovenlaag in een speciaal soort kunststof, waaronder luchtzakken kunnen worden gecreëerd om het interieur koel te houden en tegelijkertijd schaduw te creëren aan de binnenzijde.

“In het SEAT Metropolis Lab  ontwikkelen onderzoekers nieuwe toepassingen op het gebied van mobiliteit, gericht op de automobilist”

De pneumatische systemen achter die panelen, die allebei geïnstalleerd zijn op een wand waarop zo’n zes uur per dag zonlicht valt, werken voor een groot stuk op zonne-energie, waardoor het hele gebouw voor zo’n 95 procent zelfvoorzienend is op het gebied van energie en verkoeling. “In dit tijdperk van digitale informatie moet architectuur een technologisch platform zijn”, zei architect Ruiz Geli bij de officiële opening van het pand.

El Poblenou

Het Media-TIC-gebouw is, naast de hypermoderne Torre Agbar, een van de trekpleisters van El Poblenou, een ongeveer 200 hectare grote wijk in de Catalaanse hoofdstad waar zo’n 33.000 mensen wonen, maar inmiddels ook meer dan 4500 bedrijven gevestigd zijn. Die komen vooral uit de technologische en creatieve sector: jonge start-ups, een universitaire campus waar 25 universiteiten uit het land een afdeling hebben, en sociale huisvesting zorgen er voor een unieke mix tussen creativiteit en vooruitgang. Er is onder meer een mediapark, waar opleidingen worden gegeven op initiatief van de Pompeu Fabra-universiteit, ruimte is voor facilitaire bedrijven en natuurlijk ook producties kunnen worden gemaakt.

Hipster City

De plannen die Barcelona heeft met El Poblenou sporen breder. Het stadsbestuur pompte 350 miljoen euro aan subsidies in het 22@-project, dat een complete transformatie van de voormalige volkswijk mogelijk maakte. Zonder het volkse karakter van dit kleine dorp binnen de stad (‘Poble Nou’ betekent letterlijk ‘Nieuw Dorp’) te verliezen: er zijn zich ook internationale technologiebedrijven als Cisco Systems aan het vestigen, maar evengoed is er ruimte voor koffiebars en vestigingen van lokale modeontwerpers. Er zijn incubatoren voor jonge start-ups, en een designmuseum. Het is, mede door een investering van de stad in 4000 goedkope woningen, het soort hipster city dat ook Londen (Shoreditch), New York (Williamsburg) en Berlijn (Kreuzberg) heeft.

Na de verkrotting

Die volkse achtergrond heeft El Poblenou te danken aan zijn industriële verleden. In de negentiende eeuw was dit district zelfs bekend als het ‘Catalaanse Manchester’, vanwege zijn florerende textielindustrie. Maar met de globalisering van diezelfde industrie, aan het tweede einde van de twintigste eeuw, sloeg ook de verkrotting genadeloos toe in de wijk. De Olympische Spelen van 1992 waren een kortstondige opsteker, waarbij er een start werd gemaakt met de heropleving van de wijk voor het oog van de wereld (dat onder meer het Olympisch dorp niet zo ver van de wijk verwijderd was, hielp natuurlijk), maar met 22@ werd er een structurele herbestemming doorgevoerd van de verloederde gebouwen en de aanpalende cités.

Hightech infrastructuur

Er werd meteen ook werk gemaakt van hoogtechnologische infrastructuur. Nieuwe bus- en tramlijnen werden aangelegd, er werd een glasvezelnetwerk gebouwd, airco en verwarming voor heel El Poblenou werd centraal geregeld, en met meer dan 800 hotspots is er een krachtige WiFi-dekking over de hele wijk. “Dit is het grootste Europese project voor wijktransformatie tot nu toe”, zegt Marc Sans Guanyabens van Barcelona Activa, een agentschap van het Barcelonese stadsbestuur dat de aantrek van de innovatieve economie in de stad overziet. “Slimme stadsplanning en het stimuleren van innovatief ondernemerschap gaan hier hand in hand. Deze wijk komt, historisch, van ver. Maar dat gaf net de ruimte om de wijk radicaal te transformeren. Je voelt hier het optimisme.”

Slimme stadsdiensten

Barcelona pompte natuurlijk niet voor niets een paar honderd miljoen euro in El Poblenou. Een deel van de technologie die er wordt ontwikkeld in de wijk moet, verderop in de rit, resulteren in slimme stadsdiensten die over de hele stad moeten worden uitgerold. Een paar voorbeelden van slimme stadsdiensten die hier voor het eerst zijn uitgetest, zijn onder meer het Bicing-platform, waarmee stadsfietsen met een app kunnen worden gehuurd, en ApparkB, een app die automobilisten snel naar vrijstaande parkeerplaatsen leidt, die à la minute worden bijgehouden met camera’s. “Het 22@-district is een stadslabo”, noemt Marc Sans Guanyabens het. “Het is een onderzoeks- en ontwikkelingsplatform dat op langere termijn de concurrentiekracht en de internationale erkenning van Barcelona ten goede moet komen.”

Vanuit de auto

Een kwartier verwijderd van El Poblenou, aan de voet van het Olympisch dorp van Barcelona, is een ander stadslabo: het SEAT Metropolis Lab Barcelona, dat de Spaanse autoconstructeur opende samen met de stad. Waar in El Poblenou vooral technologie wordt ontwikkeld die het leven in de stad moet vergemakkelijken, ontwikkelen onderzoekers in het SEAT Metropolis Lab nieuwe toepassingen op het gebied van mobiliteit, gericht op de automobilist. Die past namelijk, in de stad van morgen en overmorgen, in een heel nieuw mobiliteitsplaatje. Het labo is nog relatief nieuw (in april 2017 gestart, op het Smart City Expo-congres in Barcelona, eind vorig jaar, pas officieel voorgesteld), maar heeft al een eerste creatie onder de riem: de About it-app, die plaatsen in kaart brengt waar wegenwerken in de Catalaanse hoofdstad worden uitgevoerd, en dus de kans op vertraagd verkeer groot is. Ook de meest ongevalsgevoelige zones van de stad, op basis van constant geactualiseerde informatie, worden erop aangeduid. Maar er wordt ook werk gemaakt van een carpool-app.

Samen met de stad

De auto van morgen is geconnecteerd en moet dus ook rechtstreeks toegang bieden tot de slimme stadsdiensten van iedere stad waar hij binnenrijdt. Daarom ook, vindt de autoconstructeur, moeten dit soort eigen diensten samen met de steden worden ontwikkeld. “We gebruiken een combinatie van mobiele technologieën en Big Data om de samenwerking tussen de inwoners, de ‘smart city’ en de verschillende mobiliteitsaanbieders te optimaliseren”, zegt SEAT-ceo Luca de Meo. “We willen de mobiliteit in de steden verbeteren en het leven van de bevolking veiliger, duurzamer en vooral efficiënter maken.”