Reportage

Barcelona is een moderne metropool waarin slimme technologie het leven van inwoners, pendelaars en toeristen makkelijker maakt. Maar het is tegelijkertijd een stad met een rijke geschiedenis, wier invloed nog altijd terug te vinden is in de tradities en iconen waarvoor ze bekend staat.

De luisterrijke hoofdstad van de Spaanse regio Catalonië blinkt uit met haar beroemde huisarchitect en haar aparte, sociale manier van voedsel nuttigen. Maar het wordt ook tijd dat je een autoconstructeur leert kennen die zijn hoofdkwartier in Barcelona heeft, en die een belangrijk steentje bijdraagt aan de mobiliteit binnen de moderne uitvoering van de stad.

I. Gaudí: architect van de krulligheid

We wandelen het oude gedeelte van de stad uit, verkoeling zoekend in de schaduwrijke smalle straten, en komen uit op de Plaça de la Seu. Achter ons ligt de kathedraal van Barcelona, een gothisch gebouw dat in de vijftiende eeuw werd afgewerkt bovenop eerdere bouwsels uit de Romaanse periode en nog eerder. Maar we zijn meer gefascineerd door het gebouw voor ons. Dat met de drie friezen die Pablo Picasso er neerzette in 1960: El Fris de la Senyera (Fries der vlaggen), El fris dels Gegants (Fries der reuzen), en El Fris dels Nens (Fries der kinderen).

Er is iets krulligs aan Barcelona. De lange lanen lijken strak, en ook de hele geleding van de stad is nogal hoekig. Maar kijk dan eens naar de gebouwen.

Het is Barcelona in a nutshell: oud en nieuw op dezelfde plaats. Architecturaal is Barcelona een janboeltje, dat voor een stuk natuurlijk is ontstaan door de lange en woelige geschiedenis van de stad: historische gebouwen strekken van de Romaanse tijden tot de Art Déco, met als orgelpunt natuurlijk het Catalaans modernisme, een bouwstijl die zich laat voorstaan door zijn fascinatie voor symmetrie in plaats van gelijkheid in vormen, en gebogen in plaats van rechte lijnen.

Allegaartje

De belangrijkste figuur in dat Catalaans modernisme is natuurlijk de architect met wiens naam Barcelona verkleefd is geraakt: Antoni Gaudí (1852-1926). De belangrijkste creatie van de man is natuurlijk La Sagrada Familia, een basiliek die hij aan het einde van de negentiende eeuw uittekende in opdracht van de aartsconservatieve uitgever Josep Maria Bocabella, die een terugkeer van de strenge katholieke waarden wou forceren in een Europa dat geplaagd werd door liberalisme, democratie, modernisme en andere onvrome nonsens. Gaudí, de job al vlak na het begin van de bouw overnemend van de originele architect Francisco de Paula del Villar, creëerde er een mix van gothische en Art Nouveau-elementen voor.

Organisch en natuurlijk

Maar Gaudí-bouwsels die veel dichter aanleunen bij de architect en zijn originele kijk op het over heel West-Europa woedende modernisme zijn overal doorheen Barcelona te vinden. Er zijn er zo een dozijn, uitgestrooid over de stad, maar de twee meest impactvolle en typische liggen aan de Paseig de Gracia, een van de belangrijkste lanen die doorheen de stad lopen. Casa Batlló (huisnummer 43) is een gebouw met een heel organisch uiterlijk, dat recht uit een sprookje lijkt te komen. Op loopafstand daarvan staat de Casa Milà (nummer 92), ook wel ‘La Pedrera’ genoemd: een hotel met heel natuurlijke vormen. En dan zijn er natuurlijk de paviljoenen in het Parc Guell, ten noordwesten van de binnenstad: die zijn ook van zijn hand. Maar je zal je wellicht vooral zijn kleurrijke reptielen herinneren, met hun bast uit veelkleurige mozaïeken, die over het park zijn uitgezet.

II. Tapas: eten is leven

“Breng meteen maar de hele fles”, zegt mijn geliefde tegen de ober, terwijl ze het laatste kliekje in haar tweede glas Rosato achteroverslaat. We sluiten een avondwandeling door de Barri Gòtic af, het door zijn smalle straatjes gekenmerkte oude gedeelte van Barcelona, en scheuren van de honger. Gelukkig schuilen er tapasrestaurants met hopen in die smalle, schaduwrijke straatjes. We kozen daar El Pinxto de Petrixol (Carrer de Petrixol 9, www.elpintxodepetritxol.com) uit, een tent waar je een rist aan kleine voorgerechten (twee tot vijf euro) kunt laten overgaan naar een eerlijke maaltijd met een forse homp vis of vlees als ‘plato principale’. Of niet, en je eet je rustig verder ongans in de tapas (de ober die ons bediende, en die helemaal mee was met onze jolige stemming, raadde ons dat zelf aan toen we niet echt konden kiezen).

Van verder weg

Ze kennen er wat van, die Barcelonezen. Van eten en drinken, bedoelen we. Ook die tapas zijn, naast Gaudí, iets geworden wat je in een adem noemt met de stad. Al zijn ze ook weer niet echt in Barcelona ontstaan. Ze komen uit het diepere binnenland van Spanje, uit Castilla en Andalucia, en mengden zich in de Spaanse cultuur met de Baskische traditie van de canapé: een stuk stokbrood met dik beleg van vlees of vis erop. Tapas ontstonden als een extra hapje dat bij de drank wordt geserveerd, liefst gezouten, zodat je er nog meer door zou gaan drinken. Maar ondertussen hebben ze die functie al veruit overschreden. Vandaag zijn tapas of raciones (hun iets grotere variant, maaltijdtapas als je wilt) natuurlijk geëvolueerd naar iets wat van eten een socialere bezigheid heeft gemaakt: het halve plezier van tapas is ze delen met je tafelgenoten.

Verfijning in kleine porties

Maar de andere helft van de pret zit ook meer en meer in de verfijning die in de mix van ingrediënten zit. Bij El Pinxto de Petrixol laat de ober ons bijvoorbeeld smaakvolle creaties van chef-kok Óscar Roldán aanrukken, met onder meer minihamburgers met gekaramelliseerde ui, rundsvlees en mozzarella, en verder komen er stukjes stokbrood met roomkaas, met langoustines waarover een tartaarsausje werd gegooid, of met surimi. Tapas kunnen koud of warm zijn, en kunnen evengoed uit kleine porties kaas of ham bestaan. Maar die minigerechtjes hoeven allang niet meer uit typisch Spaanse ingrediënten te bestaan.

Andere tapasaanraders

We belandden bij El Pinxto de Petrixol, toevallig wel een erg gerenommeerde tent, omdat we er per ongeluk waren binnengestuikt. Maar er zijn natuurlijk nog veel meer tapasadresjes in Barcelona. Een andere aanrader, net buiten het historische stadscentrum in El Poble Sec, is Quimet i quimet (Carrer del Poeta Cabanyes 25), een etablissement dat al sinds 1914 klassieke tapas serveert aan cliënteel dat het niet erg vindt om ervoor te blijven rechtstaan. Een andere is La Cova Fumada (Carrer del Baluart 56) op de Barceloneta, dat eveneens al lang voor de tapashype bestond, en vooral bekend is voor zijn ‘Bomba’, een gefrituurd balletje van aardappel en goed gekruid vlees.

Onze derde aanrader is El Xampanyet (Carrer de Montcada 22) in de El Borne-wijk: een bruine kroeg met marmeren tafels, waar je – ondanks het nogal toeristische karakter van de wijk waarin ze gevestigd is – een degelijk en eerlijk stel tapas kunt bestellen. Maar doe vooral zoals wij en duik gewoon ergens binnen. Met tapas kun je, zeker in Barcelona, niet snel iets verkeerd doen.

III. SEAT: één met Barcelona

Enkele maanden na onze privétrip ben ik terug in Barcelona. Deze keer voor het Smart City Expo World Congress, een jaarlijkse bijeenkomst van technologiebedrijven en overheden die bezig zijn met smart city-diensten. Tussen de systeemintegratoren en de netwerkbedrijven valt me één merk op als een ogenschijnlijk vreemde eend in de bijt: automobielconstructeur SEAT.

Het is, na Gaudí en tapas, een derde entiteit die onlosmakelijk verbonden is met Barcelona. Dat bijna zeventig jaar oude bedrijf heeft zijn hoofdkwartier net buiten de stad, in Martorell, maar heeft tegelijkertijd een paar van zijn belangrijkste cenakels binnen de Catalaanse hoofdstad. Een daarvan is het op de expo voorgestelde SEAT Metropolis: Lab Barcelona, een onderzoeks- en ontwikkelingscentrum waar de autoconstructeur samen met het stadsbestuur slimme diensten bouwt die een oplossing moeten bieden voor mobiliteitsvraagstukken. In dat R&D-centrum werd onder meer al de About It-app ontwikkeld die de plaatsen in de stad in kaart brengt waar het verkeer wordt gestremd door bijvoorbeeld wegenwerken. Ook de meest ongevalsgevoelige zones in de stad worden daarop getoond. Er wordt ook gesleuteld aan een carpool-app.

Terug naar Gaudí

Maar het nieuwe multidisciplinaire centrum van de autoconstructeur grijpt vooral terug naar de tradities die doorheen het straatbeeld van de stad lopen. Casa SEAT, op de Paseig de Gracia 109 gelegen en dus maar een steenworp verwijderd van twee eerder genoemde Gaudí-bouwsels, is de nieuwe multidisciplinaire ruimte van SEAT. Casa SEAT is vooral gericht op bezoekers. De faciliteit, die eind dit jaar de deuren moet openen, levert 2600 vierkante meter nieuwe grondoppervlakte voor culturele evenementen, tentoonstellingen, culinaire gebeurtenissen, concerten en pop-upwinkels. En ze kunnen, natuurlijk, ook proeven van de nieuwe concepten van de autobouwer die er uitgestald zullen staan.

De ruimte heet Casa SEAT omdat het gebouw, dat in een strakke moderne architectuur werd gegoten, wil teruggrijpen naar de kenmerkende architectonische tradities van de stad. Die van het creatieve janboeltje, dus. Er is volgens SEAT nu dus Casa Batlló, Casa Milà én Casa SEAT. “De stad is een mozaïek van historische gebouwen die wereldwijde bekendheid genieten en die het concept ‘huis’ zonder meer definiëren”, verduidelijkt SEAT-baas Luca de Meo het.